Het recht op inzage betekent dat iemand mag opvragen welke persoonsgegevens een organisatie over hem of haar verwerkt.

Volgens de AVG heeft iedereen het recht om te weten of een organisatie persoonsgegevens over hem of haar verwerkt. Is dat het geval, dan heeft die persoon recht op inzage in die gegevens en op aanvullende informatie. Dit recht staat in artikel 15 van de AVG.

Bij een inzageverzoek moet je onder andere informatie kunnen geven over het doel waarvoor de persoonsgegevens worden gebruikt, de soorten persoonsgegevens die je verwerkt, met wie de gegevens zijn of worden gedeeld en hoe lang je ze bewaart. Ook heeft de persoon in beginsel recht op een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt.

Voor marketeers is dit relevant omdat persoonsgegevens vaak verspreid staan over verschillende systemen. Denk aan een CRM, nieuwsbriefsoftware, leadformulieren, klantaccounts en campagnedata. Wanneer iemand om inzage vraagt, moet je dus kunnen achterhalen welke persoonsgegevens jouw organisatie daadwerkelijk over die persoon verwerkt.

Simpel gezegd: iemand mag aan jouw organisatie vragen: “Welke gegevens hebben jullie van mij en wat doen jullie ermee?” De Autoriteit Persoonsgegevens vat het inzagerecht ook samen als het recht om te weten “wat je van me weet”.

Voorbeeld
Een klant vraagt welke persoonsgegevens jouw organisatie over hem heeft. In het CRM staan zijn naam, e-mailadres, klantgeschiedenis en marketingvoorkeuren. Daarnaast staat zijn e-mailadres in de nieuwsbriefsoftware. Bij een inzageverzoek moet de organisatie kunnen aangeven welke persoonsgegevens worden verwerkt en de informatie verstrekken die volgens artikel 15 AVG bij het inzagerecht hoort.

Goed om te weten: het recht op inzage helpt mensen om te controleren of hun persoonsgegevens juist en volgens de AVG worden verwerkt. Als blijkt dat gegevens niet kloppen of onrechtmatig worden verwerkt, kunnen zij bijvoorbeeld gebruikmaken van andere privacyrechten, zoals het recht op rectificatie of verwijdering.