Het recht van bezwaar betekent dat iemand in bepaalde situaties kan vragen om te stoppen met het verwerken van zijn of haar persoonsgegevens.

Dit privacyrecht staat in artikel 21 van de AVG. Het recht geldt onder andere wanneer persoonsgegevens worden verwerkt op basis van gerechtvaardigd belang of voor een taak van algemeen belang. Iemand kan dan vanwege zijn of haar persoonlijke situatie bezwaar maken tegen de verwerking.

De organisatie moet de verwerking vervolgens stoppen, tenzij zij kan aantonen dat er dwingende gerechtvaardigde redenen zijn die zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van die persoon.

Voor marketeers is vooral het recht van bezwaar tegen direct marketing belangrijk. Worden persoonsgegevens gebruikt voor direct marketing, dan mag iemand daar op ieder moment bezwaar tegen maken. Vanaf dat moment mogen de persoonsgegevens niet meer voor direct marketing worden gebruikt. Dit geldt ook voor profilering die met die direct marketing samenhangt.

Simpel gezegd: iemand mag zeggen: “Gebruik mijn persoonsgegevens niet meer voor deze marketing.” Gaat het om direct marketing, dan moet je daarmee stoppen.

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft hiervoor ook een aparte voorbeeldbrief bezwaar direct marketing beschikbaar.

Voorbeeld
Een bedrijf gebruikt klantgegevens om persoonlijke aanbiedingen per post te sturen. Een klant laat weten dat hij niet meer wil dat zijn persoonsgegevens voor deze direct marketing worden gebruikt. Het bedrijf moet het gebruik van zijn gegevens voor dat doel dan stoppen.

Goed om te weten: bezwaar maken is iets anders dan toestemming intrekken. Toestemming intrekken kan wanneer de verwerking op toestemming is gebaseerd. Het recht van bezwaar speelt onder andere bij verwerkingen op basis van gerechtvaardigd belang. Bij direct marketing geeft artikel 21 AVG daarnaast een specifiek recht om op ieder moment bezwaar te maken.